Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Dwarskijken: Cecilia en de Sirenen

21 november 2022 door Peter Zunneberg Reageer

Vijf jaar geleden schreef ik over de heilige Cecilia, over het beeld van Stefano Maderno in de Santa Cecilia in Trastevere en de gekleurde kopie in de Sainte Cécile, de kathedraal van Albi. Onlangs ontdekte ik dat er nog een kopie van Maderno’s beeld bestaat, en wel een geschilderde. De maker is de 19e-eeuwse schilder Adolphe Lalyre.

Adolphe Lalyre werd geboren in 1848, genoot zijn opleiding aan de École des Beaux Arts in Parijs en exposeerde vanaf 1876 gedurende 53 jaar op de Salon des artistes françaises. In het begin van zijn loopbaan schilderde hij nog wel religieuze voorstellingen en vrouwelijke heiligen, maar al snel legde hij zich toe op het schilderen van najaden, waternimfen uit de Griekse mythologie en vrouwelijke naakten. Het leverde hem de bijnaam ‘schilder van sirenen’ op.

Lalyre schilderde twee keer een voorstelling van de heilige Cecilia. Zijn schilderij uit 1883 toont Cecilia, naakt achterover leunend en omringd door andere heiligen en engelen. In haar linker hand houdt ze een kruis gemaakt van twijgen. Anatomisch is het lichaam van Cecilia niet bepaald overtuigend. In 1896 schilderde Lalyre Cecilia opnieuw en wederom is ze naakt. Maar dit keer is de heilige weergegeven in een houding die direct van het beeld van Maderno is afgeleid. Waarom Lalyre de heilige Cecilia twee keer naakt heeft geschilderd is zeer de vraag. Bij Maderno is de heilige ten slotte wel gekleed.

Drie keer Cecilia, van Stefano Maderno, van een onbekende kunstenaar in Albi en van Adolphe Lalyre

Dit gegeven plus Lalyres bijnaam deden me denken aan een film die ik eens zag, Sirens. In opdracht van een bisschop reizen een anglicaanse priester (Hugh Grant) en zijn preutse vrouw (Tara Fitzgerald) naar Australië om daar de vrijgevochten schilder Norman Lindsay (Sam Neill) te overreden om zijn heiligschennende schilderij van een gekruisigde Venus terug te trekken. Lindsay is dat geenszins van plan en gaat door met het produceren van frivole en zinnenprikkelende schilderijen, waarbij de priester en zijn vrouw voortdurend geconfronteerd worden met de naakte modellen die Lindsay inspireren.

Zo ongeveer stel ik me Lalyre ook voor, als schilder van erotische voorstellingen, die hij trachtte te verantwoorden door er via de titel  en symboliek als stralenkransen een religieus tintje aan te geven. In 1910 publiceerde Lalyre een boek, Le Nu féminin à tavers des l’âges, Het vrouwelijk naakt door de eeuwen heen. Dat wijst erop waar Adolphe Lalyres werkelijke interesse lag.  





Categorie: beeldhouwkunst, Dwarskijken, schilderkunst Tags: Adolphe Lalyre, Albi, Cecilia, Stefano Maderno

Dwarskijken: Schoenen

1 november 2022 door Peter Zunneberg 2 Reacties

Dwarskijken, schoenen, Petrus Canisius, Nijmegen, Waalpaintings

“De schoenen, die qua model wel iets van pantoffels weghadden, verkeerden in sterk verweerde staat: het leer was op het zwarte af donkerbruin, over het hele oppervlak gebarsten, en hier en daar gescheurd en met rafelige touwtjes bijeengehouden. Ingedeukt, verzakt, uitentreuren opgelapt …”
Zo omschrijft A.F.Th. van der Heijden in zijn roman Vallende ouders (p. 35) de schoenen van Petrus Canisius. Schoenen die de status van relikwie hebben gekregen, nadat paus Pius XI Canisius in 1925 heilig verklaarde. En deze schoenen, dit relikwie, worden door Thjum Schwantje gestolen uit het Canisius College in Nijmegen.

Dat ik aan de schoenen moest denken, komt door een recente Waalpainting. Walk of the World, op de hoek van Plein 1944 en de Molenstraat, is een tamelijk eenvoudige Waalpainting. Waar bijna alle andere een sterk verhalend karakter hebben, is deze een stilleven van twee wandelschoenen tegen een Vierdaagsevlag. Uiteraard mag dit element van de Nijmeegse identiteit in de hele reeks muurschilderingen niet ontbreken, maar misschien hadden de verantwoordelijk kunstenaars, Moris & Santo, er iets meer van kunnen maken. Waar het bij andere Waalpaintings draait om mensen die de Nijmeegse geschiedenis hebben gemaakt, is dit niet het verhaal, maar hooguit een plaatje bij het verhaal.

Maar waar de voorstelling weinig betekenisvol is, gaat dat niet op voor de plek, die nauwelijks beter gekozen had kunnen worden. Want die schoenen van Petrus Canisius, die bevinden zich allang niet meer in de congregatiekapel van het Canisius College. Nee, die schoenen staan in het altaar van de Petrus Canisiuskerk, die in de volksmond Molenstraatkerk heet. En die kerk bevindt zich schuin tegenover de Waalpainting. Er zijn dus twee paar Nijmeegse schoenen, die allebei een prominente plek hebben in de geschiedenis van Nijmegen, en dat op amper vijftig meter van elkaar verwijderd. De suggestie dat Petrus Canisius de eerste Vierdaagseloper is geweest, lijkt me historisch niet houdbaar.

Maar of deze plek, die in ieder geval tegenwoordig, geen enkele rol meer speelt in de routes van een van de vier dagen, helemaal toevallig is, daar durf ik geen uitspraak over te doen. Misschien kenden de initiatiefnemers de schoenen van Petrus Canisius en hebben ze in hun nabijheid een plek gezocht voor de Vierdaagse-schoenen, zodat beide paren naar elkaar zouden kunnen verwijzen. En dat zou dan weer een verklaring kunnen zijn voor de sobere uitwerking van de Vierdaagse-Waalpainting.    

Categorie: Dwarskijken, erfgoed, literatuur, schilderkunst Tags: Nijmegen, Petrus Canisius, Waalpaintings

Muurmuseum: De Laat

28 oktober 2022 door Peter Zunneberg Reageer

Portret door Tymon de Laat, op de gevel van de openbare bibliotheek in Heeswijk-Dinther

Tymon de Laat is beeldend kunstenaar. Na zijn afstuderen aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam reisde hij naar Latijns-Amerika, waar hij werd gegrepen door de cultuur en de mensen. En dat is terug te zien in zijn werk. De Laat schildert portretten, waarbij hij de natuurlijke lijnen in de gezichten van zijn modellen extra aanzet, waardoor er vlakken ontstaan. Die vlakken kleurt hij in met doorgaans felle tinten. Terwijl dat behoorlijk kunstmatig en bedacht is, komt het juist heel authentiek over.
De Laat werkt op doek, maar hij voert zijn portretten ook uit als muurschildering, zoals deze op de gevel van de openbare bibliotheek in Heeswijk-Dinther. Daar past hij wat mij betreft uitstekend. Welbeschouwd is de bibliotheek de plek bij uitstek waar je heen gaat om nieuwe werelden te leren kennen. Dit portret intrigeert en nodigt nadrukkelijk daartoe uit.

Categorie: Muurmuseum, schilderkunst, street art Tags: Heeswijk-Dinther, Tymon de Laat

Dwarskijken: Dood of slapend

24 oktober 2022 door Peter Zunneberg Reageer

Dwarskijken, Hans Holbein, Tim Hetherington

Hij kwam hier al eens langs, Het lichaam van Christus in het graf van Hans Holbein de Jonge. Twee dingen vallen onmiddellijk op aan dit schilderij: de zeer ongebruikelijke hoogte-breedte-verhouding en de toestand van het dode lichaam. Voor die verhouding zijn diverse theorieën. Het zou mogelijk bedoeld zijn als predella, de brede voorstelling onder de delen van een altaarstuk, die open en dicht te bewegen zijn. Ook is wel geopperd dat het bedoeld is voor een grafmonument, misschien zelfs van de Zwitserse rechtsgeleerde Bonifacius Amerbach. Maar vooralsnog ontbreekt een sluitende verklaring.

Matthias Grünewald, Isenheimer Altarstück, Colmar
Onder de kruisigingscène de predella met de kruisafname

Grünewald
Ook opvallend is de staat van het lichaam van Christus, dat vooral in de wonden op de handen, de voeten en in de zij, een realistische staat van ontbinding begint te vertonen. Naar verluidt heeft Holbein zich hiervoor laten inspireren door Matthias Grünewald, wiens Isenheimer Altarstück Hans Holbein de Oude aan zijn zoon heeft laten zien. Van alle gekruisigde Christussen uit de kunstgeschiedenis, komt deze uit Colmar zeker in de top 3 van meest gruwelijke.

Reformatie
Van Grünewald is bekend dat hij vanwege protestantse sympathieën ontslagen werd door de bisschop van Mainz, aan wiens hof hij werkzaam was. Hans Holbein, die in Basel bevriend raakte met Desiderius Erasmus, zou de ideeën van de reformatie welwillend hebben omarmd. Mogelijk heeft de reformatie er aan bijgedragen dat schilders Christus menselijker wilden weergeven of dat daardoor juist het lijden meer benadrukt diende te worden.

Golfoorlogen
Ik moest aan Holbein denken toen ik pas in de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Breda foto’s zag van Tim Hetherington. De kerk was in het kader van Breda Photo als festivallocatie ingericht door de Iraanse fotografe Newsha Tavakolian. Naast elkaar toonde zij foto’s van Saba Alizadeh die gesneuvelde Iraanse soldaten lieten zien en hoe die beelden in huiselijke setting als propagandamateriaal gebruikt werden tijdens de Golfoorlog tussen Iran en Irak tijdens de eerste Golfoorlog. Hetherington fotografeerde tijdens de tweede Golfoorlog, nadat Irak in 1990 Koeweit was binnengevallen, slapende Amerikaanse militairen. En het is een van deze militairen die grote overeenkomsten vertoont met Holbeins schilderij.

Dood of levend
Het grootste verschil zit hem in het opgetrokken linkerbeen van de soldaat. Maar door het woestijnkleurig uniform, valt dat nauwelijks op. De soldaat lijkt net zo gestrekt te liggen als Holbeins Christus. Daarbij komt dat de kleur van het uniform nauwelijks contrast vertoont met de huid van de soldaat. En dus lijkt hij net zo naakt als de Christus van Holbein. Ik vind het fascinerend om te zien dat het schilderij van Holbein, van de dode Christus meer heeft van een levende figuur, dan de foto die Hetherington van een levend persoon, die ligt te slapen.       





Categorie: Dwarskijken, fotografie, schilderkunst Tags: Desiderius Erasmus, Hans Holbein, Matthias Grünewald, Tim Hetherington

Saar de Swart

17 oktober 2022 door Peter Zunneberg Reageer

Was Saar de Swart de Muze van de Tachtigers, zoals dichter Jan Engelman haar na haar dood noemde?

“Sinds ze minder als naaldkunstenares deed had ze een andere liefhebberij opgepakt: schrijven. Over Pompeï, de kunstacademies in Rome, het Russisch ballet. Nu schreef ze over oud-Italiaanse villa’s, tuinen en parken.”
Dit schrijft Brigitte de Swart in haar roman Omdat de muze over Emilie van Kerckhoff. Dat boek over die oud-Italiaanse villa’s, tuinen en parken zette mij een paar maanden geleden op het spoor van Thekla Maschmeyer. Maar het wekte ook mijn interesse in Emilie van Kerckhoff en vooral Saar (of Sara) de Swart, met wie Van Kerckhoff jarenlang een relatie heeft gehad.

De Muze van de Tachtigers noemde dichter Jan Engelman Saar de Swart, toen hij in 1951 in de Groene Amsterdammer een in memoriam wijdde aan de beeldhouwster die berooid in haar huisje op Capri op 90-jarige leeftijd was overleden. Dat is zonder meer een pakkende aanduiding. In de titel van haar roman speelt Brigitte de Swart, in de verte verwant aan Saar, er ook mee. In mijn stuk over Thekla Maschmeyer nam ik de aanduiding ook over. Maar omdat ik er een opmerking over kreeg én omdat er de afgelopen jaren in twee publicaties aandacht is besteed aan Saar de Swart, werd ik wel nieuwsgierig of Engelman het bij het rechte eind had.

Ik las eerst het boek van Brigitte de Swart. Dat vertelt vlot het verhaal van Saar, haar leven met Baukje van Mesdag in Amsterdam en de omgang met de Tachtigers. Uitgebreid staat de schrijfster stil bij de schilder Eduard Karsen, die een liefde voor Saar opvatte, die zij niet wenste te beantwoorden. Vriendschap was haar meer dan genoeg. Karsen, mogelijk aangezet door dichter Willem Kloos, startte daarop een lastercampagne, waarbij hij Saar via brieven en kaarten aan vrienden en familie beschuldigde van giftige praktijken. Het kwam tot een scheidsgericht, waarbij een soort tribunaal van vrienden en deskundigen oordeelde over de acties van Karsen en zijn beschuldigingen als volledig ongegrond van tafel veegde.

Nadat deze nare geschiedenis achter de rug is, focust het boek op de relatie die Saar krijgt met Emilie van Kerckhoff, met wie zij een gelukkige en buitengewoon productieve tijd beleeft in hun villa in Laren, waarbij zij contacten onderhoudt met tal van vooraanstaande figuren uit de culturele wereld. Dit duurt totdat op een dag Saars geld, afkomstig uit de nalatenschap van haar vader, maar waarschijnlijk vooral haar grootvader, op is. De kunstverzameling wordt stukje bij beetje verkocht en ten slotte ook de villa.

Na een periode van reizen koopt Emilie van Kerckhoff een huis op Capri, waarbij ze Saar het tuinhuisje gunt. Van een echte liefdesrelatie is dan al geen sprake meer. Emilie is zozeer gekwetst doordat Saar haar nooit in vertrouwen heeft genomen toen de financiële problemen zich aandienden, dat ze besluit meer afstand tot Saar te bewaren. Hoe de twee vrouwen nog een aantal jaren zo dicht bij elkaar hebben geleefd en op welke manier ze daarbij met elkaar omgingen, daarover is weinig bekend en daar besteedt Brigitte de Swart dan ook weinig aandacht aan.

Wel psychologiseert ze er lustig op los. De bindingsangst die ze Saar toedicht zou veroorzaakt zijn door een voorval dat Saars moeder als klein kind voor het leven getekend heeft. Die vrijheid heeft ze uiteraard als romanschrijfster, maar in de passages waarin ze zich verder van de feiten weg beweegt, verliest de roman wat mij betreft aan overtuigingskracht. In hoeverre Brigitte de Swart zich gebaseerd heeft op eigen onderzoek, is ook niet helemaal helder.

Het is niet onwaarschijnlijk dat ze voor de feiten grotendeels geput heeft uit Fatale kunst van kunsthistoricus Jaap Versteegh, ook al ver verwant aan Saar. Na jarenlang onderzoek verwerkte Versteegh wat hij gevonden had in een monografie, die verscheen in 2016. Met het verschijnen van het boek organiseerde de Kunsthal in Rotterdam een tentoonstelling over Saar de Swart die eveneens de titel Fatale kunst kreeg.

Opvallend is dat op het omslag van beide boeken over Saar de Swart het enige geschilderde portret van Saar, door George Hendrik Breitner, te zien is, zij het spiegelbeeldig. Bij Versteegh, die zich aan de feiten heeft gehouden, is het afgedrukt zoals het geschilderd is, terwijl het bij De Swart die veel vrijer met Saars geschiedenis is omgegaan, ook hier vrijer is weergegeven door het portret om te keren.

Tot slot nog even terug naar Engelman. Was Saar inderdaad de Muze van de Tachtigers? Uit beide boeken komt het beeld op van een vrijgevochten vrouw die zich op geen enkele wijze wilde neerleggen bij conventionele man-vrouw verhoudingen. En die zich bovendien, gesteund door een fikse erfenis, die onafhankelijkheid kon veroorloven. Een vrouw die haar vrienden waar mogelijk financieel steunde en werk van hen kocht. Maar ook een vrouw die als het erop aankwam, met argwaan bekeken werd en zeker niet als inspiratiebron voor poëzie, muziek of tientallen portretten gefungeerd heeft. In tijden van krapte wisten de Tachtigers Saar gemakkelijk te vinden, maar het is opvallend dat er later in haar leven nog maar een enkeling, zoals de componist Alphons Diepenbrock, een rol heeft gespeeld. De Muze van de Tachtigers is een fraaie vondst van Engelman geweest, één die tot op de dag van vandaag voortleeft. Maar wie Fatale kunst en Omdat de muze leest, kan niet anders concluderen dan dat Engelman hiermee een al te romantisch beeld van Saar de Swarts leven heeft geschetst.

Categorie: beeldhouwkunst, literatuur, schilderkunst Tags: Emilie van Kerckhoff, George Hendrik Breitner, Saar de Swart, Thekla Maschmeyer

Volgende »

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

Adolf Friedrich von Schack Amersfoort Amsterdam anoniem Arnhem Berlijn Den Bosch Den Haag Deventer Doetinchem Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem H.H. ter Balkt haiku Harderwijk Hengelo Ida Gerhardt Ingmar Heytze Jaap Robben Jules Deelder Leeuwarden Leiden Maastricht Michelangelo Middelburg Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Nunspeet Rome Rotterdam sonnet stadsdichter Tilburg Utrecht Venetië Watou Wenen Willem Wilmink Zutphen

Alle trefwoorden

Copyright Dorsoduro © 2026 · Log in