Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Dwarskijken: Hourloupe

28 januari 2022 door Peter Zunneberg

Dwarskijken, Jean Dubuffet, Godlinze, hourloupe

In 1991 was ik in Rome. De studievereniging van Kunstgeschiedenis had voor de jaarlijkse reis gekozen voor de Eeuwige Stad. Het idee was om een te gaan, maar de heenweg duurde door pech al drie dagen. Om onze tijd in Rome efficiënt te besteden, plande ik met enkele anderen een dag met het bezoeken van tien kerken. Van vroeg-christelijke basilieken tot en met barok. Na Bernini’s Sant’ Andrea in Quirinale was de culture shock in de Santa Maria degli Angeli e dei Martiri te groot. We gooiden de handdoek in de ring en sloegen de laatste kerk over.
Afgelopen zomer kampeerde ik met mijn echtgenote, in Rome als journalist aanwezig, bij onze kerkentocht, in Oost-Groningen. We lazen over Groninger kerken en werden nieuwsgierig. We planden een dagtocht langs zeven kerken, maar de enorme verscheidenheid smaakte naar meer. Aan het eind van de dag stond de teller op elf, waarbij we er ook nog een hadden moeten missen, omdat die kerk op zondag gesloten was.

Holwierde, Bierum, Spijk, ’t Zandt, Zeerijp, Westeremden, Stedum (gesloten), Loppersum, Eenum, Oosterwijtwerd, Krewerd. Het exterieur, de koorbanken, de begraafplaats, het orgel, de muurschilderingen, elke kerk had zijn eigen verrassende details. Het meest bijzonder vond ik de kerk van Godlinze en misschien kwam dat wel omdat er in de 16-eeuwse Pancratiuskerk een moderne twist te vinden was. In de witgepleisterde kerk waren de naden met zwart geaccentueerd. Waarom? Geen idee. Ik heb er geen verklaring voor kunnen vinden. Maar ik had er wel direct een associatie bij. In het beeldenpark van het Kröller-Müller Museum is misschien wel het meest prominente werk de Jardin d’émail van Jean Dubuffet. De omheinde witte ‘tuin’ van twintig bij acht meter is een belevenis om doorheen te lopen, vooral bij fel zonlicht. Het is verblindend. Maar Dubuffet heeft alle naden met zwarte verf gemarkeerd. Dubuffet noemde het hourloupe-stijl. Vloeiende lijnen, ingegeven door doodles, accentueren vlakken en suggereren beweging. Van vloeinde lijnen is in Godlinze geen sprake. Maar wie Jardin d’émail kent, kan de Pancratiuskerk niet bezoeken zonder even aan Dubuffet te denken.      

Categorie: architectuur, beeldhouwkunst, Dwarskijken, erfgoed, omgevingskunst Tags: Godlinze, Jean Dubuffet

School en Kunst (7): De Morée

9 oktober 2021 door Peter Zunneberg Reageer

Gerrit de Morée, Tessenderlandt, Breda, reliëf, Muurmuseum, School en kunst
Reliëf van Gerrit de Morée op het schoolgebouw van Tessenderlandt in Breda, ontworpen door architecten Cees Geenen en Leo Oskam

Tessenderlandt in Breda is zo’n typische jaren ’60-school voor voortgezet onderwijs (oorspronkelijk gebouwd als LTS), zoals er in Nederland zo veel staan: drie verdiepingen, waarbij de grote horizontale raampartijen duiden op grote transparantie. Je zou er bijna een werk van Jan Schoonhoven vertaald naar architectuur in kunnen zien. De ingangspartij, rechts in de gevel, is weinig opvallend, zeker ook omdat er een element is dat de horizontaliteit doorbreekt, namelijk het grote bakstenen reliëf dat zich over de drie verdiepingen verheft. Het reliëf is grotendeels opgebouwd uit verticale vlakken. Alleen bovenin net onder de daklijst is een ronde vorm te zien. Daardoor is de neiging groot er een menselijke figuur in te herkennen. Wat verder opvalt is dat de maker verschillende tinten baksteen heeft gebruikt, wat het reliëf enige dynamiek verleent.

Maker van het reliëf is Gerrit de Morée, in 1909 in Den Bosch geboren en hier werd hij ook opgeleid tot kunstenaar aan de Koninklijke Academie voor kunst en vormgeving. Later trok hij naar Parijs om aan de Académie de la Grande Chaumière zijn opleiding voort te zetten. De Morée was als kunstenaar buitengewoon veelzijdig: hij tekende, schilderde en maakte beelden en glasmozaïeken. Het meest bekend is hij waarschijnlijk als illustrator van tientallen boeken. Wanneer en hoe hij precies in Breda terecht is gekomen, is niet helemaal duidelijk. Zeker is in ieder geval dat hij hier samen met drie geestverwanten in 1933 de Bredasche Kunstkring oprichtte om hiermee het kunstleven in de stad te bevorderen. Twaalf jaar later was De Morée een van de initiatiefnemers voor de Vrije School voor Beeldende Kunsten, de latere Academie St. Joost, waar hij zelf ook les ging geven.

Reliëf en mozaïektableaus van Gerrit de Morée in vmbo-school Tessenderlandt in Breda

Niet alleen buiten aan de gevel van Tessenderlandt heeft De Morée gezorgd voor een beeldbepalend werk, ook binnen zijn nog diverse werken van hem te zien. Zo is er in de hal/aula op de begane grond een groot reliëf-mozaïek in verschillende tinten baksteen. Dat vormt de achtergrond voor een aantal mozaïektableaus, met fantasiefiguren die in de verte aan Cobra doen denken. Dat kan toeval zijn, want De Morée maakte ook veel traditioneler figuratief werk en maakte bijvoorbeeld ook geregeld decoraties met liturgische thema’s voor kerken.
Met het reliëf buiten sloot De Morée op monumentale wijze aan bij het ontwerp van architecten Cees Geenen en Leo Oskam. Het reliëf en de tableaus binnen, samen zo’n tien’meter lang, verbeelden het scheppingsverhaal, wat op zich voor een LTS wel weer toepasselijk is. Door de reliëfvorm vormt een verbinding met het gevelreliëf. Met de mozaïektableaus laat De Morée de diversiteit van de leerlingen zien, waarbij iedereen uniek en origineel is. Tegelijk wekken al die tableaus ook de indruk van een expositie, waarbij ieder als het ware laat zien wat hij of zij in huis heeft.

Categorie: architectuur, beeldhouwkunst, Muurmuseum, School en kunst Tags: Breda, Gerrit de Morée

Dwarskijken: Gouden bocht

19 september 2021 door Peter Zunneberg Reageer

Dwarskijken, Gerrit Berckheyde, Jo Crepain, Amsterdam, Nijmegen

Gerrit Berckheyde was een schilder en tekenaar van stadsgezichten. 350 jaar geleden schilderde hij Gezicht op de Gouden Bocht in de Herengracht. Soms wordt aan de titel toegevoegd ‘vanuit het oosten’. Loop je in Amsterdam door de Vijzelstraat richting Keizersgracht en Prinsengracht, dan zie je als je de Herengracht oversteekt aan je rechter hand de gouden bocht. Het moet ochtend zijn. De voorgevels van de huizen aan de zuidzijde van de gracht liggen in de schaduw, terwijl het zonlicht van de licht gestucte zijgevels af spat. In 1663 werden hier de eerste herenhuizen gebouwd, maar de meeste dateren van enkele jaren later, tussen 1667 en 1672. Dit schilderij dateert van 1671-1672. Het kan niet anders dan dat vrij snel na de voltooiing van het werk de gaten in de huizenrij gevuld waren. Dat bevestigen andere schilderijen van Berckheyde. Hij schilderde de bocht nog drie keer, onder meer in 1672 vanuit een andere hoek en in 1685 nogmaals vanuit dit perspectief. Overigens schilderde Berckheyde niet helemaal naar waarheid: de bomen die er op de gracht stonden liet hij weg.
In Nijmegen ligt het Limos-terrein. In het begin van de twintigste eeuw werden hier drie kazernes gebouwd, de Krayenhoffkazerne, de Snijderskazerne en de Prins Hendrikkazerne. Na de Tweede Wereldoorlog huisvesten de drie kazernes de Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School. Toen die aan het eind van de eeuw verhuisde, werd het terrein bestemd voor woningbouw. Een deel van de bestaande bebouwing werd herbestemd. De Vlaamse architect en stedenbouwkundige Jo Crepain tekende voor de nieuwbouw. Van zijn hand is de rij met woonblokken die aan een zijde is voorzien van een wit gestucte liftschacht. Als de zon rond de middag gunstig staat, weerkaatsen zij het zonlicht. Anders dan bij Berckheyde zijn bomen hier prominent aanwezig. Maar wat precies hetzelfde is, is de licht gebogen lijn langs de witte vlakken. De gouden bocht in Amsterdam ontleent zijn naam aan de rijkdom van de nieuwe bewoners in Berckheydes tijd. Terwijl het toch de zon is, die de bocht echt verguldt, toen en nu

Categorie: architectuur, Dwarskijken, schilderkunst Tags: Amsterdam, Gerrit Berckheyde, Jo Crepain, Nijmegen

School en kunst (6): Maria Regina (Klein Heyendaal)

8 september 2021 door Peter Zunneberg Reageer

Frans Coppelmans, Nijmegen

Op 1 september 1954 kreeg de Stichting Sint Josephscholen een vergunning om aan de Professor Huijbersstraat een school te bouwen. Naam van de jongensschool voor lager onderwijs werd Stella Matutina, architecten waren Theo Taen en Thomas Nix, van wie drie jaar eerder de naburige Dominicuskerk was gebouwd. Of het ontwerp niet helemaal voldeed of dat de school overspoeld werd met leerlingen is niet helemaal duidelijk. Zeker is wel dat de Josephstichting al in 1956 opnieuw een vergunning aanvroeg, nu voor uitbreiding van de school. Aan de architecten lag het in ieder geval niet. Taen en Nix kregen opnieuw de opdracht. Weer twee jaar later, in 1958, vroeg de Rosastichting een vergunning aan om naast Stella Matutina een meisjesschool (met de naam Maria Regina) en een gymnastiekzaal te bouwen. En andermaal waren Taen en Nix de architecten. Pas in 1976 werden Stella Matutina en Maria Regina samengevoegd en ging de fusieschool Klein Heyendaal heten.
Halverwege de jaren ’50 was de percentageregeling in werking getreden. De regeling bepaalde dat van elke bouwsom voor een nieuw gebouw dat in overheidsopdracht werd neergezet (en daartoe hoorden ook bijzondere scholen) 1 of 1,5 procent aan kunst zou worden besteed. Of De adelaar van Frans Coppelmans op de hoek van het plein van Maria Regina vanuit die regeling gefinancierd is, is niet helemaal zeker. Maar het zou een logische verklaring zijn voor de aanwezigheid van het beeld, dat net als de school dateert uit 1958.

De adelaar van Frans Coppelmans op het schoolplein van basisschool Klein Heyendaal in Nijmegen

Adelaar?
Hoewel het beeld De adelaar heet, valt het niet mee om het beest ook als zodanig te herkennen. Er is een duidelijke, gestileerde kop met ogen, er zijn gestileerde vormen die doen denken aan vleugels, maar er steken nog tal van andere gestileerde vormen uit, die minder goed te definiëren zijn. Het beeld is gemaakt door beton te gieten. Van Carla Desain, die hier van 1965 tot 1969 op school gezeten heeft, hoorde ik dat het beeld oorspronkelijk lichtblauw gekleurd was.
Is er een link tussen het onderwijs en een adelaar? Eigenlijk niet. De adelaar geldt in de christelijke traditie als Christussymbool. En een van de zeven vrije kunsten, de geometrie, wordt wel eens weergegeven door een adelaar. Maar dat is allemaal wat mager. Kijken we nog eens goed naar het beeld, dan zien we bijvoorbeeld onder de snavel van de adelaar een recht vooruit gestoken vorm, met twee omhoog gerichte delen. Met wat goede wil zijn hier gestrekte benen en voeten in te zien. Het beeld heeft iets van een puzzel en dat laat zich vertalen naar kinderspel, waarbij kinderen samen als acrobaten de koning der vogels uitbeelden. Alleen waar zijn dan de hoofden van de kinderen? Echt overtuigend is het allemaal nog niet.
Van Carla hoorde ik ook dat het beeld aanvankelijk anders heette: Beter één vogel in de hand. Als we met die informatie naar het beeld kijken, zien we ineens iets heel anders. Dan zou je kunnen stellen dat het beeld rust op twee polsen en dat twee gespreide handen de vogel vast houden. En dat de kop van de vogel eigenlijk veel meer heeft van een kuiken dat argeloos de wereld in kijkt, dan van een adelaar, die vaak iets eerbiedwaardigs heeft. Dan zie je bovendien iets van symboliek, van een jong (kind) veilig loslaten in de wereld en op eigen vleugels leren vliegen.

Categorie: architectuur, beeldhouwkunst, School en kunst Tags: Frans Coppelmans, Nijmegen

Dwarskijken: Twee torens

22 augustus 2021 door Peter Zunneberg Reageer

Dwarskijken, Torentje van Drienerlo, Wim T. Schippers, Enschede, Curon Venosta

‘Moederziel alleen’ en ‘eenzaam’ noemde Wieteke van Zeil het Torentje van Drienerlo van Wim T. Schippers in de vijver van de Universiteit Twente in Enschede, in haar reeks Kijken op gevoel. Maar is dat wel zo? Ik denk het niet en om dat te onderbouwen is een stukje Europese geschiedenis noodzakelijk.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Italië als een soort herstelbetaling voor al het oorlogsleed een deel van Oostenrijk, Süd Tirol. De bewoners van het gebied waren er niet gelukkig mee, het overkwam hen, geraadpleegd werden ze niet. Veel veranderde er aanvankelijk niet voor hen, zo bleven ze het dialect spreken dat verwant was aan het Duits. Nog altijd hebben de plaatsen in Süd Tirol, Alto Adige in het Italiaans, een Duitse en een Italiaanse naam. Het bergachtige gebied was grotendeels agrarisch en tamelijk armoedig. Marco Balzano beschrijft het allemaal in zijn roman Ik blijf hier.
Alles werd anders toen Benito Mussolini aan de macht kwam, Duits spreken bijvoorbeeld was niet langer toegestaan. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, groeide de hoop dat Süd Tirol weer Oostenrijks zou worden en meldden talloze jonge mannen zich vrijwillig aan voor het Duitse leger. Anderen doken onder om zo de Italiaanse dienstplicht te ontlopen. Dorpen raakten ontwricht en families verscheurd. Tegen die achtergrond zijn er ook nog de plannen om in het gebied, dat verder weinig tot niets opleverde een stuwdam te bouwen, om zo te kunnen voorzien in de stijgende vraag naar energie. Bij de bouw van die dam in 1950 verdween het dorp Curon Venosta (Graun im Vinschgau) onder water. Alleen de kerktoren bleef zichtbaar boven de waterspiegel. Over eenzaam gesproken.
Eigenlijk zou je kunnen stellen dat Wim T. Schippers met zijn Torentje van Drienerlo, in 1979, geen eenzaam kunstwerk schiep, maar de eenzaamheid van een ander ophief. Zijn torentje in de vijver is een geestverwant van de toren van Curon geworden. Een kunstwerk dat als het ware uitdraagt te weten hoe een ander zich voelt. Je zou ze Twin Towers kunnen noemen, als die naam niet zo beladen was geworden. In ieder geval is er door het bouwen van de een bij de ander van eenzaamheid geen sprake meer.        

Categorie: architectuur, Dwarskijken, erfgoed, literatuur, omgevingskunst Tags: Curon Venosta, Enschede, Wim T. Schippers

« Vorige
Volgende »

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

Adolf Friedrich von Schack Amersfoort Amsterdam anoniem Arnhem Berlijn Den Bosch Den Haag Deventer Doetinchem Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem H.H. ter Balkt haiku Harderwijk Hengelo Ida Gerhardt Ingmar Heytze Jaap Robben Jules Deelder Leeuwarden Leiden Maastricht Michelangelo Middelburg Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Nunspeet Rome Rotterdam sonnet stadsdichter Tilburg Utrecht Venetië Watou Wenen Willem Wilmink Zutphen

Alle trefwoorden

Copyright Dorsoduro © 2026 · Log in